Historie

Lunteren: De bakermat van de imkerij

Het begint met een idee

In de 19e eeuw was het in Lunteren behelpen. Met name de kleine keuterboeren hadden moeite om een beetje brood op de plank te krijgen.

De Lunterse notaris Van den Ham bedacht daarom, met enkele andere Lunterse notabelen, dat de bijenteelt wel geschikt was voor de kleinere boeren in de streek. De honing uit de Lunterse imkerij bleek een welkome aanvulling op het schamele inkomen van de kleine keuterboeren. Ook de notaris startte zelf een bijenstal met zo’n 80 korven.
Maar wethouder Aalbert van Schothorst was dé korfimker van de negentiende eeuw in Lunteren. Hij woonde op ’De Kreyenspraak’ een eeuwenoude boerenhoeve onder de Valk in het oosten van Lunteren, net ten noord-oosten van de Lunterse zandverstuiving.
Bij het ‘Bijenhuis’ in Wageningen is een boek verkrijgbaar waarvan een belangrijk deel uit de oorspronkelijke tekst van Van Schothorst bestaat over de korfteelt met al haar facetten. Ook staat er veel in over hoe men, dik honderdvijftig jaar geleden, aankeek tegen een imme (=bijenvolk). In het boek staan ook tal van imkerwijsheden en oude inzichten die nu vergeten dreigen te worden. Daarnaast bevat het boek een aantal anekdotes over de korfimkers uit de 20e eeuw.

De oprichting van de vereniging

Om de bijenteelt en de imkerij te stimuleren werd in 1897 de Vereeniging tot behoud der Bijenteelt in Nederland (de eerste bijenteeltvereniging van Nederland) opgericht. Ook het Ministerie van Binnenlandsche Zaken zag de voordelen van deze vereniging. Op 11 mei 1898 werd de voorzitter van de vereniging dan ook uitgenodigd voor een gesprek over subsidie op het ministerie.
Vervolgens werd de Lunterse imkervereniging ‘De Bakermat’ in 1899 opgericht. Deze vereniging kwam voort uit de Vereeniging tot behoud der Bijenteelt in Nederland.

Wethouder Aalbert van Schothorst en notaris Van den Ham behoorden vanzelfsprekend tot de initiatiefnemers en oprichters van de vereniging. In de proeftuin van notaris Van den Ham, de huidige Appelhof, zien we de vier oprichters van de Luntersche Tuinbouw Vereeniging en De Bakermat. V.l.n.r. de notarissen Dinger, Wilbrink, Van den Ham en wethouder Aalbert van Schothorst (Foto: Archief JGS).

Bijenteelt door de jaren heen

De Lunterse fruitbomenculturen met de omringende heidevelden waren een perfecte omgeving voor bijenteelt. Het houden van bijen werd populair onder de boeren vanwege de kans op een prima bijverdienste. Niet alleen honing maar ook de bijenwas werd gebruikt op de boerderij. Het werd zelfs gebruikt voor verlichting.

Tijdens de tweede wereldoorlog werden goederen en diensten geruild tegen honing. Het wintervoer voor de bijen was suiker. In de oorlog werd dit gesubsidieerd. Die gesubsidieerde suiker was ongeschikt voor menselijke consumptie omdat de suiker gedenatureerd werd door er kleine norit (actieve kool) deeltjes doorheen te mengen. Die norit deeltjes konden echter uit de suiker gehaald worden en om te voorkomen dat de suiker opnieuw verkocht werd verving men de norit deeltjes door, het toen, onverwijderbare oxalaat.

Na de oorlog werd, door komst van de kunstmest, de noodzaak van de bijenteelt op de arme Veluwse zandgrond steeds minder. Doordat ook nog eens de prijs van suiker steeg en de import van de goedkopere buitenlandse honing toenam waren er steeds meer imkers die het arbeidsintensieve bijenhouden en hun korven en kasten aan de wilgen hingen. De liefhebbers hielden de bijen alleen nog maar voor de hobby.

Monument

De bijenkorf in de Appelhof en het siersmeedwerk van de Lunterse smid P. Jongbloed herinneren ons nog aan deze tijd. Ook de naam Immenweg herinnert ons aan de tijd dat men, met vastgebonden korven op de platte krui, die vaak vanaf de onbeschilderde handvatten voorzien was van een lederen riem die men om de nek kon doen, de vele immenwegen richting de Lunterse heidevelden bewandelde.

In de voormalige proeftuin van de Luntersche Tuinbouw Vereeniging staat een kunstwerk in de vorm van een bijenkorf. Het staat er ter nagedachtenis aan de oprichting van de Lunterse imkervereniging ‘De Bakermat’.

De proeftuin is door een groepje enthousiaste jonge Lunteranen omgetoverd tot een parkje genaamd de ‘De Appelhof’ en is voorzien van enkele bijzondere Lunterse hoogstamrassen zoals de Lemoenappel, de Luntersche Pippeling, natuurlijk de Notarisappel, de vrij onbekende Luntersche Precent en de zeldzame Florisappel.

CONTACT: